1572 – 1651
Andreas Rivetus, de zoon van Johannes Rivetus en Catharina Cardel, werd op 22 juni 1572 te St. Maxent in de Franse provincie Poitou geboren. Zijn familie was vanaf het begin af de zaak der hervorming van harte toegedaan en werd hierom in tijden van vervolging meermalen van haar goederen beroofd. Toen de dienstbode de eenjarige Andreas per ongeluk liet vallen en hem hierdoor in levensgevaar bracht, beloofde de moeder als een tweede Hanna haar kind aan de dienst des Heeren te wijden, waarin zij het zelf ijverig voorging. Na zijn eerste onderwijs te St. Maxent te hebben genoten, bezocht Rivetus een soort kostschool te St. Gelais, ging hierna naar het gymnasium te La Rochelle, ontving zijn academische opleiding te Orthes in Bearn en bekwaamde zich tenslotte nog twee jaren aan de pas gestichte theologische school te La Rochelle.
Op 24 maart 1595 werd hij als predikant te Thouars bevestigd, waar hij vijfentwintig jaren bleef en tevens huisprediker van de hertogelijke familie is geweest. Door zijn welsprekendheid en geleerdheid maakte hij zich zeer bekend; hij was een man van de vredes, die ook op de tegenstander een aangename indruk maakte. Op vele provinciale en nationale synoden nam hij een leidende positie in, en als de Franse koning het niet had verhinderd, zou hij met Daniel Chamierus, Petrus Molinaeus en Joannes Calvus de Franse kerken op de Grote Synode te Dordrecht hebben vertegenwoordigd. De pogingen van Du Plessis Mornay om Rivetus als hoogleraar in Saumur te krijgen, mislukten door de tegenwerking van de hertogin De la Tremoille, die hem voor de opvoeding van haar kinderen wilde behouden.
Toen in 1619, na de remonstrantse troebelen, Episcopius als hoogleraar moest aftreden en de kerkenraad van Parijs er niet in bewilligde Petrus Molinaeus aan Leiden af te staan, werd Thomas Erpenius belast om in Frankrijk alles in het werk te stellen, dat Rivetus het hoogleraarsambt zou mogen en willen aanvaarden. De tegenstand was groot, vooral bij Rivetus’ vrouw, die, toen de 10e augustus 1620 tenslotte het contract was getekend en haar man de 21e van dezelfde maand reeds afreisde, alleen achterbleef om enkele maanden daarna te sterven. De 13e oktober 1620 werd door Polyander aan Rivetus de doctorstitel verleend en den volgende dag inaugureerde deze met een rede, getiteld: ‘Oratio de bono pacis et concordiae in Ecclesia’. Op voortreffelijke wijze heeft hij gedurende ruim elf jaren dit ambt bekleed en al was het een eer voor de Academie, zo betreurden de curatoren het toch zeer, toen de hoogleraar op 11 maart 1632 een afscheidsrede moest houden, omdat Prins Frederik Hendrik hem voor de opvoeding van de jongen Prins Willem begeerde. Rivetus verhuisde naar Den Haag als professor honorarius en bekleedde hier aan het hof een belangrijke post. De plotselinge dood van den jongen prins op 6 november 1650 verhaastte Rivetus’ sterven. In de laatste tijd van zijn leven heeft hij nog te Breda gewoond als curator van de pas door Frederik Hendrik aldaar gestichte Illustere School, door Rivetus op 17 september 1646 luisterrijk ingewijd. Na een welbesteed leven van ruim 78 jaren stierf de geleerde op 7 januari 1651.
Bron: Dr. G.P. van Itterzon, Het gereformeerd leerboek der 17e eeuw – synopsis puriosis theologiae, ’s Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1931
